Macrofotografie is de vorm van natuurfotografie waarbij je (heel) kleine onderwerpen groot in beeld brengt. Een veel gehoorde opmerking is: “Er ging een wereld voor me open toen ik éénmaal een macrolens gebruikte”.

Inderdaad zijn er onnoemelijk veel mooie onderwerpen te vinden in de natuur wanneer je de moeite neemt om alles eens van heel dichtbij te bekijken. Heel gewone zaken blijken vaak prachtige patronen of details te bezitten die je alleen met deze vorm van fotografie kunt tonen.

Lenzen

Voor echte macrofotografie zijn alleen macrolenzen geschikt, maar wanneer je nog niet zo zeker bent of je aan macrofotografie wilt beginnen en je wilt nog niet veel geld uitgeven aan deze duurdere lenzen zijn er ook alternatieven. Veel standaardzoomlenzen en telelenzen kunnen al vrij dichtbij opnames maken en dit kun je nog verbeteren door gebruik te maken van voorzetlensjes of tussenringen. Veel compactcamera’s hebben een speciale macrostand waarmee je je onderwerp zeer dicht kunt benaderen.

Uit de losse hand of met een statief

Bij macrofotografie komt het aan op millimeterwerk. Doordat je dicht op je onderwerp zit is je scherptediepte gering en luistert de scherpstelling dus heel nauw. Ook het voorkomen van bewegingsonscherpte speelt een grotere rol, omdat de kleinste beweging van de camera al een groot effect kan hebben op je opname. Bij de opnametechniek van macrofoto’s maken we onderscheid tussen opnames uit de losse hand of met statief.

Macro opnames uit de losse hand zul je voornamelijk maken wanneer je bewegende onderwerpen wil vastleggen dus in situaties waarbij een statief te veel rompslomp geeft en te traag werkt. Denk daarbij aan fladderende vlinders of jagende libellen. Keuze van sluitertijd en diafragma zal afhangen van je onderwerp en de manier waarop je het in beeld wil brengen. Bij actiefoto’s zul je eerder kiezen voor een relatief open diafragma met een kortere sluitertijd om de beweging van je onderwerp te ‘bevriezen’. Handmatig scherpstellen in dergelijke situaties is bijzonder lastig dus je zult meestal kiezen voor autofocus. Om de kans op een scherpe opname te vergroten kies je dan bij voorkeur de stand op de camera waarbij de autofocus continu scherpstelt dus ‘AI Servo’ of ‘C’ (continu) in plaats van ‘one shot AF’. Ook kun je het beste een serie foto’s maken in een ‘burst’, waarbij je op het moment dat je de ontspanknop indrukt tussen de drie en tien opnames per seconde maakt.

Wanneer je macro-opnames vanaf een statief maakt, kies je uiteraard heel andere instellingen. Je keuze van de diafragmawaarde zal afhangen van de gewenste scherptediepte en het effect op de achtergrond. Om de scherptediepte te controleren kun je op veel camera’s gebruik maken van de scherptedieptecontroleknop. Meestal is dit een klein knopje dichtbij de lensvatting dat wanneer je het indrukt je diafragma sluit tot de gekozen waarde. In de zoeker kun je dan (met wat moeite, want het beeld wordt nogal donker) het effect van het gekozen diafragma op de de scherptediepte zien. Op camera’s met live view kan het allemaal wat simpeler omdat je daar bij de meeste modellen gewoon kunt zien op je display hoe je beeld er uit komt te zien bij verschillende diafragmawaardes.

Ook wanneer je denkt de ideale diafragmawaarde te hebben gevonden, is het raadzaam om toch nog een serietje opnames te maken met een aantal verschillende diafragmawaardes daar omheen. Later thuis op een groot scherm zul je zien dat soms zelfs het subtiele verschil tussen een F6.3 en een F7.1 zoveel verschil kan maken dat één van beide duidelijk je voorkeur heeft. Vanaf statief kun je natuurlijk ook veel makkelijker scherpstellen. Je bent niet langer meer aangewezen op de autofocus en kunt zelf precies bepalen waar je de scherpte legt.

Autofocus

Wanneer je autofocus gebruikt zal je camera in principe scherpstellen op het dichtstbijzijnde punt, maar mogelijk is dat helemaal niet waar jij de scherpte wil leggen. Ook wil je je scherptediepte optimaal benutten. Wanneer de camera op het dichtstbijzijnde punt heeft scherpgesteld, ben je al bijna de helft van je scherptediepte kwijt doordat die in de lucht voor je onderwerp terecht is gekomen. De meeste macrofotografen geven er dus de voorkeur aan om handmatig scherp te stellen om op die manier zo veel mogelijk controle te houden over de plaatsing van de scherpte(-diepte). Om de kans op bewegingsonscherpte te verkleinen kun je de zelfontspanner van de camera gebruiken zodat er wat tijd zit tussen het afdrukken en het maken van de opname. Eventueel kun je daarbij ook nog de spiegel van je DSLR van tevoren laten opklappen (mirror lock-up) zodat zelfs de trillingen die dit met zich meebrengt geen effect hebben op de scherpte van de opname.

Ben je al benieuwd wat je in de wereld van macrofotografie gaat ontdekken? Wij wel, veel plezier!