Het is december. De maand dat de dagen kort en de nachten lang zijn. Op de kortste dag van het jaar (22 december) is de zonsopgang om 8.46 uur en de zonsondergang alweer om 16.30. Dat betekent dat de zon zich, van de 24 uur die in een dag zitten, nog geen 8 uur laat zien. Hoewel het verleidelijk is om binnen te blijven en gezellig bij de kachel te gaan zitten, is fotograferen in het donker ook hartstikke leuk. Hoe je dat dat het beste kunt doen, lees je in dit blog.

Instellingen

Allereerst vraagt het fotograferen in het donker iets anders van jouw cameravaardigheden. Waar onze ogen in het donker nog (redelijk) goed kunnen zien, is dat met een camera anders. Doordat er in het donker veel minder tot helemaal geen licht aanwezig is, heeft je camera moeite met het vastleggen van het beeld. Gelukkig hebben de fabrikanten van fototoestellen hier iets op bedacht en kun je experimenteren met een grote variëteit aan instellingen. Die nemen we eerst even door.

Sluitertijd

Als je een foto maakt, gaat de sluiter voor de sensor open en dicht. De tijd tussen het open en dichtgaan van de sluiter noem je de sluitertijd. Hoe langer de sluiter open staat, hoe meer licht er op sensor valt. Daarmee zorgt deze instelling ervoor dat jij meer licht op de lens kan laten vallen. Dus door voor een langere sluitertijd te kiezen, zorg je ervoor dat er meer licht op de lens valt. Best logisch toch? Hierbij is één ding cruciaal. Een statief is eigenlijk onmisbaar. Doordat de sluitertijd langer wordt, heeft de camera langer de tijd nodig om het beeld vast te leggen. Daardoor bestaat de kans dat je in die tijd je hand beweegt. Daardoor wordt het beeld vager – en dat wil je natuurlijk niet!

Diafragma

Jouw camera laat via de opening in de lens (het diafragma) licht door, dat vervolgens op een sensor valt. Hoe groter de opening, hoe meer licht er op de sensor valt. Wil je foto’s maken in het donker, dan kun je dus kiezen voor een grote diafragma-opening. Heb je jouw camera nog in de automatische stand? Dan kun je ‘m het beste in de M-modus te zetten; de handmatige modus (Manual Mode). Hoewel een grote diafragma-opening betekent dat er meer licht door het objectief op de sensor valt, staat een klein F-getal voor een grote diafragma-opening. Bij een F2.8 is de opening groter dan bij een F8. Vaak kun je met een van de ‘wieltjes’ op je camera toegewezen het diafragma-getal wijzigen.

ISO-waarde

Wil je ‘spontaan’ een foto in het donker maken en heb je geen statief om bewegingsonscherpte te voorkomen? Dan kun je ook nog experimenteren met de ISO-waarde. De ISO-waarde zegt iets over de filmgevoeligheid van je toestel. Door de ISO-waarde te verhogen, vergroot je eigenlijk de gevoeligheid van de sensor. Daardoor komt er veel meer licht in je foto. Toch heeft een hogere ISO-waarde ook zo zijn nadelen: het zorgt namelijk voor meer ruis. Standaard staat de ISO-waarde bij de meeste camera’s op 100. Iedere volgende stap (200, 400, 800, 1600, 3200 etc.) is een verdubbeling van de gevoeligheid. Gebruik je een compactcamera? Dan is het vaak lastiger om zelf de ISO-waarde in te stellen. In dit geval zit er namelijk een kleinere sensor in, die dit minder goed aankan. Heb je een spiegelreflexcamera? Dan heb je bijna zeker een full-frame sensor die deze hoge ISO-waardes beter aankan. Bedenk wel dat het verhogen van de ISO-waarde alleen slim is als je echt geen andere opties hebt; het zorgt er namelijk ook voor dat de details en kleuren in je foto minder worden. En gooi je de ISO-waarde flink omhoog? Fotografeer dan in RAW, zodat je de ruis – achteraf en zonder kwaliteitsverlies – kunt reduceren in een fotobewerkingsprogramma.

Laatste redmiddel

Heb je toch nog behoefte aan andere hulpmiddelen? Dan zijn er nog wat andere opties. Zorg er sowieso voor dat de kleurtemperatuur van je toestel (de witbalans) op een lage waarde staat. Je allerlaatste redmiddel is de flitser. In sommige gevallen is het een handige optie, bijvoorbeeld als het belangrijker is om het moment te vangen dan om een kwalitatief hoogwaardige foto te schieten. De flits (met name de flitser die is ingebouwd in je camera) zorgt er echter in de meeste gevallen voor dat objecten, gebouwen of mensen flets worden. Ook harde schaduwen en rode ogen zijn een gevolg van het verkeerd gebruik van de flitser. Gebruik ‘m dus met mate, in ‘noodsituaties’ of maak gebruik van een opzetflitser. Die laatste heeft een grotere afstand tot je lens, waardoor je bovenstaande nadelen iets meer kunt voorkomen.

Wat te fotograferen in het donker?

Er zijn voldoende onderwerpen die zich perfect laten fotograferen in het donker. Je vindt ze al door simpelweg je deur uit te stappen; in de stad, maar ook op het platteland is namelijk meer dan genoeg te fotograferen. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de lichtjes van een dorp of stad in de verte of de sterrenhemel.

Fotografeer de stad (of het dorp)

Van de mooi verlichte kerktoren die afsteekt tegen de donkere hemel tot een verlichte brug of een straat met lantaarnpalen: steden en dorpen zijn geweldig in het donker. Of wat dacht je van dat mooie, verlichte kunstwerk? En heb je de mogelijkheid om vanaf het water of van boven te fotograferen? Grijp die kans dan met beide handen aan. Het resultaat is een prachtige skyline of duizelingwekkend netwerk aan lichtjes.

Verkeersfotografie

De ochtend- en avondspits vervelend? Niet als jij aan de zijlijn staat te fotograferen. Ga op een brug of ander hooggelegen punt staan en je ontdekt het zelf snel genoeg. Doordat de auto’s vlak en snel achter elkaar aan rijden, ontstaan er twee kleurstroken: een rode en een witte. Ook naast de weg kun je natuurlijk gewoon mooie foto’s maken van het verkeer dat zich voortbeweegt. Wil je lichtlijnen creëren? Kies dan voor een lange sluitertijd. Doordat de auto’s bewegen en het decor stilstaat, ontstaan lichtlijnen in de foto. Deze lijnen geven op een unieke manier de dynamiek weer van bijvoorbeeld een drukke weg in de stad. Zet je camera wel op een statief en gebruik het liefst een afstandsbediening voor het maken van de foto, zodat er geen trilling in je beeld komt.

Tip: Bovenstaande tips zijn ook goed te gebruiken voor het blauwe uurtje. Het blauwe uurtje is het moment waarop de zon net onder is of bijna opkomt. De blauwe gloed geeft een prachtig effect over het landschap.

Glinsterende lichtjes

Ken je dat, zo’n foto waarop de lichtjes van de lantaarnpalen of lampjes in de boom eruitzien als sterretjes? En wil je graag weten hoe je dat zelf doet? Dan verklappen we je nu het geheim: fotografeer met een klein diafragma (en het liefst ook nog met een groothoeklens, zodat je de lichtbron als het ware ‘verkleind’).

Van buiten naar binnen

De nacht kan donker zijn, maar binnen kan het ook behoorlijk donker worden. Neem de tips dus ook mee naar binnen. Bijvoorbeeld als je een concert van je favoriete band bezoekt, als je in een donkere schuur wilt fotograferen of als je tijdens het kerstdiner alleen wat knusse kaarsverlichting tot je beschikking hebt.

Fotoproducten

Natuurlijk is het zonde om je foto’s op de harde schijf van je computer te laten staan. Gelukkig heeft CEWE talloze producten waar jij je foto op kunt laten afdrukken. Denk bijvoorbeeld aan een wanddecoratie, zoals de Hexxas. Of verras je geliefden tijdens de kerst met een persoonlijk fotocadeau. Bij CEWE vind je muismatten, puzzels en spelletjes die je kunt versieren met jouw nachtfoto’s, maar ook met een kalender of mooi kussen weet jij je dierbaren ongetwijfeld te verrassen. Of geef jezelf een fotoproduct cadeau, als kroon op je fotografiewerk. En wil je het echt goed aanpakken? Druk je foto’s dan af in een eigen fotoboek. Dan verpakken wij ‘m in een sierlijke geschenkbox.