Eén blik op zijn portfolio en je weet dat je te maken hebt met een zeer kundige fotograaf. Jan Vermeer reist al zo’n 25 jaar de wereld over om de meest prachtige natuurfoto’s te maken – solo, maar ook als begeleider van fotoreizen. Daarnaast geeft hij workshops, zijn er meerdere boeken van zijn hand verschenen en jureert hij dit jaar bij de CEWE Photo Awards 2018. Hoewel Jan vooral bekend staat zijn koude foto’s van niet-alledaagse bestemmingen, is de fotograaf ook regelmatig in tropische landen te vinden – en die foto’s zijn minstens zo fascinerend. Tijd om Jan te ondervragen over zijn ultieme ‘recept’ voor de mooiste reisfoto’s.

Receptuur: de instellingen

Je zou denken dat een professioneel fotograaf als Jan de meest ingewikkelde technieken toepast en bij iedere situatie voor een andere instelling van zijn camera kiest. Niets is minder waar. “Ik fotografeer in de halfautomatische stand, waarbij ik zelf de diafragma instel. Fotocamera’s zijn tegenwoordig zo vernuftig en geavanceerd dat jij het als fotograaf echt niet beter weet.” Jan begeleidt fotoreizen over de hele wereld. “Tijdens iedere reis krijg ik meermaals de vraag welke instellingen ik gebruik en iedere keer moet ik de vraagsteller het antwoord schuldig blijven. Ik doe gewoon.” Dat klink onverschillig, maar is het niet. Jan legt uit: “Veel mensen zien de camera als een technisch apparaat. Ze denken dat ze eerst alle instellingen van hun camera moeten kennen voordat ze mooie foto’s kunnen maken. Uiteraard moet je de basisprincipes kennen, maar ik probeer ze aan het verstand te brengen dat ze die camera onterecht als een enorme blokkade zien. Je camera is een middel, geen doel op zich en fotograferen is een artistiek en creatief proces, geen technische exercitie. De tip die ik mijn deelnemers dan ook keer op keer meegeef is: ‘Haal die camera van de manuele stand af en maak je foto’s met de (half)automatische stand.’ Die stand zit niet voor niets op je camera. Als je voortdurend bezig bent met de instellingen van je camera, mis je de mooie momenten. En die mooie momenten leveren nu juist die prachtige plaatjes op.”

Het kookgerei: de apparatuur

Een hele opluchting dat je ‘gewoon’ de automatische stand kunt gebruiken, maar daarmee hebben we het mysterie van die mooie foto’s nog niet ontrafeld. Niet iedereen maakt immers zulke prachtige foto’s als Jan. Natuurlijk speelt apparatuur een grote rol. Toch? “Voor mij geen moeilijk gedoe met spiegelreflex, dat is zo achterhaald. Ik maak gebruik van een systeemcamera, de Sony A7R Mark III, 42 megapixels. Maar ik ben niet zo merkvast; andere merken maken ook hele goede (systeem)camera’s. De nieuwe, elektronische technieken zijn ver doorontwikkeld: het dynamisch bereik is groter, foto’s zijn nooit meer onder- of overbelicht en je hebt een dubbele liveview. Daarnaast maak ik natuurlijk gebruik van verschillende (automaat)lenzen. Afhankelijk van de situatie gebruik ik een 15 mm lens, een 24/70, een 100/400 of een 70/300 lens. Ook leen ik af en toe een groothoek telelens, een 24-105. Verder maak ik gebruik van een Lensbaby en van een Benro filterset. Ik stel bij de lenzen zelf het diafragma in, maar de ISO laat ik dan weer standaard op 800 staan. Die pas ik aan wanneer nodig, vooral naarmate het licht verdwijnt. Daarnaast is een statief natuurlijk handig, om beweging in je foto te voorkomen. Maar nogmaals; een goede foto zit ‘m niet in de techniek of de apparatuur. Tijdens de fotoreizen die ik begeleid zijn het niet zelden de mensen met de goedkoopste camera’s en de minst geavanceerde apparatuur die de mooiste foto’s maken.”

De inspiratie: grote voorbeelden

Anthon Corbijn, Erwin Olaf, Sebastião Salgado; ook een fotograaf als Jan Vermeer heeft zo zijn grote voorbeelden. “Dat zijn de klassiekers die zichzelf keer op keer opnieuw uitvinden en gedurende hun hele carrière vernieuwing laten zien.” Toch is het niet zo dat de fotograaf zich laat leiden door deze grootheden. “Ze inspireren me, maar ik doe ze niet na. Aan kopiëren heb je niets. Ga op zoek naar je eigen stijl en let niet teveel op anderen. Door bij jezelf te blijven en op zoek te gaan naar oorspronkelijkheid, maak je veel mooiere foto’s dan wanneer je anderen probeert te imiteren.”

‘Kijk nou toch eens’!

Het wordt ons steeds duidelijker dat een ‘recept’ voor een goede reisfoto niet bestaat. Wel is er een belangrijk ingrediënt die de foto maakt of breekt: kijken. “Stop eens met nadenken en kijk nou toch eens om je heen.”, roept Jan vaak tegen de deelnemers van zijn fotoreizen. “Bestudeer de bewegingen van een dier, bekijk het landschap vanuit verschillende perspectieven, besteed aandacht aan je compositie, kader je beeld en kijk goed in je zoeker.”, is de wijze les van Jan. “Fotograferen is kijken. Niets meer en niets minder.” Goed kijken vergt geduld, maar ook inzet. “Je moet moeite doen om het kijken onder de knie te krijgen. Ik kan je vertellen: een complexe camera of moeilijke instelling hindert je daar alleen maar in.” En hoewel je tegenwoordig veel kunt corrigeren met behulp van nabewerking, is Jan ook daar geen fan van. “De foto moet buiten gemaakt worden, niet binnen achter de computer. De bewerkingen die ik zelf uitvoer zijn bedoeld om de positieve elementen van een foto te benadrukken. Zo maak ik foto’s scherper en pas ik de Photoshoptechnieken ‘tegenhouden’ en ‘doordrukken’ toe. Deze functies helpen je om de achtergrond van de foto minder prominent aanwezig te laten zijn en de nadruk op het onderwerp te leggen. Verder maak ik bepaalde onderdelen van een foto wel eens iets donkerder of lichter en laat ik bijvoorbeeld de ogen van een dier wat oplichten. Maar dat is het wel. Zoals ik al zei: pak je camera en laat je inspireren door je omgeving. Een slechte foto blijft een slechte foto, hoeveel je er ook aan bewerkt. Focus je liever op het fotograferen. Dat maakt je foto’s niet alleen beter, maar maakt het fotograferen ook nog eens vele malen leuker!”