Temperaturen onder nul, veel warm spul, een lekker bord snert en hopelijk veel sneeuw- en schaatspret. De winter staat weer voor de deur! Een hele strenge winter zelfs als we de meteorologen mogen geloven. En wie wil die nou niet vastleggen? Wel vraagt dit seizoen om een extra goede voorbereiding.

Winters licht
In de winter heb je bijna de hele dag mooi licht om te fotograferen. Zonsopkomst en zonsondergang liggen namelijk maar zo’n 7 á 8 uur uit elkaar en de zon is rond 12.30 uur al op zijn hoogste punt. Ook het spelen met licht is in de winter veel gemakkelijker dan wanneer het hoogzomer is. Het lage zonnetje zorgt voor sterke contrasten in het landschap waardoor de texturen en vormen van het landschap extra goed naar voren komen. Denk bij grauwe en grijze dagen aan het instellen van een hogere ISO waarde voor een lichter geheel.

Sneeuw fotograferen
Prachtig, een besneeuwd landschap. Maar zorg wel dat je de belichting op je camera hierop aanpast. Vooral wanneer je donkere objecten, zoals je hond of geliefde, in de sneeuw fotografeert. Sneeuw wordt namelijk onderbelicht omdat het meetsysteem is ingesteld op gemiddeld heldere onderwerpen. Grijze sneeuw is het resultaat. Houd daarom het histogram op je camera in de gaten. De belichting kun je aanpassen via het diafragma of via de sluitertijd. Het warmer instellen van je witbalans of deze op schaduw zetten, kan ook helpen. Speel er eens mee.

Op zoek naar kleur
Hoewel een wit winters plaatje prachtig is, zijn juist die grote kleurcontrasten ook heel leuk om vast te leggen. Op prachtige winterdagen is er vaak die felblauwe lucht. Sneeuw in de schaduw wordt ook blauw, terwijl de zonsopkomst en zonsondergang juist zorgen voor een warme, gelige gloed. Kruip ook eens dicht op je onderwerp: rode bessen in een besneeuwde omgeving doen het altijd goed. En natuurlijk maken alle blije mensen en kinderen van elke foto een feestje. Kijk dus goed om je heen en denk aan die belichting!

5 praktische cameratips:
1. Je camera kan vaak niet goed tegen de kou. Houd hem daarom zo dicht mogelijk bij je lichaam of stop hem in je tas wanneer je hem niet gebruikt.
2. Laat je camera langzaam op temperatuur komen. Laat hem bijvoorbeeld iets langer in je tas zitten. Ook als je weer thuis bent! Zo voorkom je condens (en schimmel) in je camera en op je lens.
3. Neem een extra batterij mee (en bewaar die op een warme plek), want door de kou raakt je accu sneller leeg.
4. Denk tijdens regen en sneeuwbuien aan een regenhoesje of plastic zak om je camera en lenzen te beschermen.
5. Wist je ook dat er speciale fotografiehandschoenen op de markt zijn? Zo hoef je niet te lijden onder ijskoude handen terwijl je de knoppen wel goed kunt blijven bedienen. Handschoenen waarvan de vingertoppen ontbreken zijn ook een idee.